De terzijde: het kleine schrijfdetail dat AI niet voor jou kiest
Joe Tracini begint een zin in zijn memoires met “Einstein once said”. Je verwacht een citaat. Maar Tracini vervolgt: “(this is the only quote I know, by the way, so enjoy).” Dan pas volgt het overbekende citaat. (Dat ik om die reden bewust niet overneem.) Eén zinnetje tussen haakjes. Haal het weg en er gaat…

In dit artikel
Joe Tracini begint een zin in zijn memoires met “Einstein once said”. Je verwacht een citaat. Maar Tracini vervolgt: “(this is the only quote I know, by the way, so enjoy).” Dan pas volgt het overbekende citaat. (Dat ik om die reden bewust niet overneem.)
Eén zinnetje tussen haakjes. Haal het weg en er gaat geen informatie verloren. Maar juist dat kleine tussenzinnetje maakt het verschil. Het laat de schrijver zien.
Zo’n klein tussenzinnetje tussen haakjes heet een terzijde. Het is de opmerking die je eigenlijk niet nodig hebt. De woorden die je eindredacteur wil schrappen, maar die wel alles veranderen.
Schrijfcoach Henneke Duistermaat schreef erover in haar nieuwsbrief. Zij ontdekte zelf de techniek drie jaar geleden en heeft sindsdien niemand anders de techniek zien benoemen. Ik ook niet.
Wat me verbaast, want het is eigenlijk een heel simpel idee. Een idee dat in tijden van AI best wel eens belangrijk kan zijn. Een goede terzijde maken is namelijk precies wat AI niet kan.
Maar schrijven is toch schrappen?
Je eindredacteur of tweede lezer zal zo’n zinnetje schrappen. En elke schrijfcoach zal je leren dat overbodige woorden eruit moeten. Woorden die niets toevoegen, creëren onrust in het leestempo. En terzijdes doen dat. Dus schrappen.
Maar je kunt het ook anders bekijken.
Niet als verspilling van woorden, maar als een keuze. Joe wil niet opscheppen met zijn kennis en gaat een klein gesprek met je aan. Hij steekt geen monoloog af, maar komt met een persoonlijk feitje. Met één zinnetje laat hij je voelen dat een mens schrijft, niet een slim tekstverwerkingsprogramma dat de beste woorden voorspelt.
Of je een terzijde gebruikt of niet bepaal je als schrijver zelf. Zo’n conversationele stijl past overigens heel goed bij teksten voor patiënten, cliënten en burgers. Denk aan patiënteninformatie over een behandeling.
Je kunt schrijven: “De behandeling duurt gemiddeld 45 minuten.” Of je schrijft: “De behandeling duurt gemiddeld 45 minuten (ongeveer zo lang als een aflevering van je favoriete serie).” Dat tweede voelt menselijker. Toegankelijker.
Maar het is ook een keuze: wil je die nabijheid creëren?
Wat AI niet kan beslissen
AI kan de haakjes zetten. Het kan zelfs iets grappigs verzinnen om ertussen te plaatsen. Maar het kan niet beslissen wie je bent in zo’n moment.
Een taalmodel kan niet beantwoorden: wat wil ik eigenlijk zeggen? Wat mag de lezer van mij weten? Hoe eerlijk wil ik zijn? Niet omdat het de woorden niet kent. Maar omdat het jou niet kent. Niet echt kent, ook al staan je CV en andere wetenswaardigheden in het geheugen van Chat of Claude.
Als ik een tekst teruglees die echt klopt, heb ik er altijd over nagedacht. Niet alleen over het onderwerp, maar juist ook over de toon. Ik bepaal zelf of ik een bekentenis inslik of hem laat ontsnappen. Ik schrap bij het redigeren een zin omdat hij te veel over mij gaat. En ik laat een alinea staan als hij precies het juiste over mij zegt.
In beleidsteksten voor de zorg zie je dat verschil ook. De ene tekst voelt alsof een systeem tegen je praat. De andere voelt alsof er een mens achter zit die begrijpt dat het moeilijk is. Dat verschil zit vaak in details. Zoals een terzijde.
Schrijven is kiezen wie je bent
AI schrijft sneller dan jij. Dat gaat ook niet meer weg. Maar als AI de basis levert, moet jij de laag toevoegen die AI niet kan: kiezen wie je bent in de tekst. Hoe je met je lezer praat. Hoeveel je weggeeft. Wat je de ander wil laten voelen.
Goed schrijven is vaak net een gesprek. En in elk gesprek besluit je, bewust of onbewust, hoe eerlijk je bent, hoeveel je weggeeft en wat je de ander wil laten voelen.
Voor schrijvers in de zorg is dat extra belangrijk. Jij schrijft voor mensen in kwetsbare situaties, zoals patiënten die slecht nieuws krijgen. Collega’s die moe zijn. En voor bestuurders die moeilijke beslissingen moeten nemen. In die teksten moet een mens voelbaar zijn.
De terzijde is maar een klein voorbeeld. Maar kleine keuzes maken het verschil tussen een tekst die van een systeem lijkt te komen en een tekst waarachter iemand zit.
De vraag is dus niet of AI kan schrijven. De vraag is: weet jij wie je bent als je schrijft?
Gratis toolkit
Schrijf je beleidsnota in 4 uur in plaats van 8
Download de IKEA-toolkit en leer de structuur die de meeste nota's mist. 23 pagina's, direct toepasbaar.
KENNISMAKEN?
Vaste denkpartner voor jullie communicatie?
15 minuten. Ik luister, stel vragen, en geef je een eerlijk beeld van wat ik kan betekenen.




